Vruchtgebruik

Vruchtgebruik op aandelen: wie stemt en wie krijgt dividend?

Dimitri Van Becelaere

Om erfbelasting te vermijden schenken ouders vaak de aandelen van hun vennootschap aan hun kinderen. Soms zullen de ouders ervoor opteren om enkel de blote eigendom van de aandelen te schenken en zelf nog het vruchtgebruik te behouden. De aandelen zijn in dat geval ‘opgesplitst’. Ook in geval van overlijden kan het voorkomen dat aandelen worden opgesplitst. Bijvoorbeeld omdat de langstlevende echtgenoot het vruchtgebruik erft, terwijl de kinderen de blote eigendom erven. Maar wat zijn nu de rechten en plichten die gepaard gaan met zo’n vruchtgebruik op aandelen? Kan ik als vruchtgebruiker stemmen op de algemene vergadering? Welke inkomsten kan ik genieten? Wie moet zich registreren in het UBO-register? Hieronder vindt u alvast enkele bedenkingen.

Wie kan stemmen op de algemene vergadering?

Het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen bepaalt dat het stemrecht in principe moet worden uitgeoefend door de vruchtgebruiker. Hierop bestaat een uitzondering: indien in de statuten van de vennootschap een andere regeling is opgenomen, dan moet deze ‘statutaire’ regeling worden gevolgd.

Wie als vruchtgebruiker controle wil blijven uitoefenen over het beleid van de vennootschap, kijkt dus voor de schenking best nog even na in de statuten van de vennootschap of er geen afwijkende regeling is opgenomen over het stemrecht. Eventueel zullen de statuten eerst nog gewijzigd moeten worden alvorens men kan schenken!

Wie heeft recht op de uitgekeerde dividenden?

Het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een vruchtgebruiker recht heeft op de ‘vruchten’. Maar wat betekent dit concreet? Is elke dividenduitkering te beschouwen als een vrucht die toekomt aan de vruchtgebruiker? Het antwoord hierop is nee. Alles hangt af van wat er exact wordt uitgekeerd.

Wordt de winst van het voorbije boekjaar meteen uitgekeerd als dividend, dan stelt zich geen probleem. Deze winstuitkering kwalificeert als een ‘vrucht’ en komt dus toe aan de vruchtgebruiker.

Echter, vanuit een fiscaal en bedrijfseconomisch perspectief is het vaak opportuun om de winst niet meteen uit te keren aan de aandeelhouders, maar te ‘reserveren’ binnen de vennootschap. Op deze manier behoudt de vennootschap financiële middelen en kan de roerende voorheffing in hoofde van de aandeelhouders worden verminderd. De gereserveerde winsten worden dan op een later tijdstip uitgekeerd, bijvoorbeeld na een bepaalde (fiscale) wachttermijn (e.g. liquidatiereserves of VVPR bis-regime).

De vraag rijst dan of deze opgebouwde reserves wel nog kunnen kwalificeren als ‘vruchten’. Bij gebrek aan duidelijke richtlijnen kunnen zo discussies ontstaan tussen blote eigenaar en vruchtgebruiker. Hieronder geven we enkele richtlijnen mee die eventueel gehanteerd kunnen worden om te bepalen of de reserves toekomen aan de vruchtgebruiker, dan wel de blote eigenaar.

Aan wie komen de opgebouwde reserves toe?

De statuten kunnen bepalen aan wie de reserves toekomen. In dat geval wordt deze statutaire regeling gevolgd. Wie wenst te schenken doet er dus goed aan om de statuten van de vennootschap voorafgaandelijk na te kijken en eventueel aan te passen zodat er geen discussie kan ontstaan over wie aanspraak maakt op de uit te keren reserves. Eveneens kan dit in de schenkingsakte worden bepaald.

Werd geen duidelijke regeling opgenomen in de statuten of in de schenkingsakte (bijvoorbeeld in geval van overlijden), dan kunnen de onderstaande richtlijnen eventueel gehanteerd worden. Een onderscheid wordt gemaakt tussen reserves die reeds werden opgebouwd vóór de aanvang van het vruchtgebruik, en reserves die werden opgebouwd na de aanvang van het vruchtgebruik.

a)     Reserves die werden opgebouwd vóór de aanvang van het vruchtgebruik

Bij de aanvang van het vruchtgebruik rust op de vruchtgebruiker een zogenaamde ‘restitutieplicht’. Dit houdt in dat het aandeel bij het einde van het vruchtgebruik in dezelfde staat moet worden teruggeven als bij de aanvang van het vruchtgebruik. Indien de reeds opgebouwde reserves uitgekeerd zouden worden aan de vruchtgebruiker, dan tast dit de waarde aan van het aandeel van de blote eigenaar (diens aandeel wordt zo immers minder waard dan bij de aanvang van het vruchtgebruik). Men kan dan ook besluiten dat de uitkering van reeds opgebouwde reserves niet aan de vruchtgebruiker maar aan de blote eigenaar toekomt.   

b) Reserves die werden opgebouwd na de aanvang van het vruchtgebruik

Winsten die na de aanvang van het vruchtgebruik worden gereserveerd, behoren wel toe aan de vruchtgebruiker. De uitkering van deze reserves zal er niet toe leiden dat de waarde van het aandeel van de blote eigenaar lager wordt dan bij de aanvang van het vruchtgebruik.

c)      Reserves die zowel voor als na de aanvang van het vruchtgebruik werden opgebouwd

Een uitkering afkomstig van reserves van zowel voor als na de aanvang van het vruchtgebruik, moet proportioneel worden verdeeld tussen de blote eigenaar en de vruchtgebruiker. De algemene vergadering kan daarentegen wel verduidelijken welke soort reserves worden uitgekeerd (bijvoorbeeld enkel de reserves die na aanvang van het vruchtgebruik werden opgebouwd). De vruchtgebruiker kan deze beslissing van de algemene vergadering eventueel beïnvloeden indien hij een doorslaggevende stem heeft.

Wie dient opgenomen te worden in het UBO-register?

Wanneer de eigendom van een aandeel opgesplitst is in blote eigendom en vruchtgebruik, dient men waakzaamheid te zijn op vlak van de huidige UBO-wetgeving. De blote eigenaar moet zich registeren in het UBO-register wanneer hij meer dan 25% van de aandelen bezit die het kapitaal vertegenwoordigen. De vruchtgebruiker zal als UBO geregistreerd worden wanneer hij meer dan 25% bezit van de stemrechten van de aandelen.

Schenken de ouders alle aandelen (elk voor de helft) met behoud van vruchtgebruik aan hun twee kinderen, dan zullen alle partijen zich moeten registreren in het UBO-register. De ouders beschikken immers elk over 50% van de stemrechten en de kinderen hebben elk 50% van de aandelen die het kapitaal vertegenwoordigen.

Beter voorkomen dan genezen

Vaak ontstaan discussies wanneer een aandeel wordt opgesplitst in vruchtgebruik en blote eigendom naar aanleiding van een overlijden. Bijvoorbeeld wanneer een stiefouder het vruchtgebruik erft en de kinderen uit een eerder huwelijk de blote eigendom erven. Vele discussies kunnen echter vermeden worden indien men in de statuten van de vennootschap stipuleert wie welke rechten zal hebben. Dit zal eveneens de continuïteit van uw onderneming ten goede komen.

Wenst u advies omtrent het statuut van een aandeelhouder met vruchtgebruik? Aarzel dan zeker niet om contact op te nemen met Tuerlinckx Private Client. Wij onderzoeken samen met u alle mogelijke opties zodat geschillen zo veel als mogelijk worden vermeden. Eveneens verdedigen wij uw belangen indien u geconfronteerd zou worden met geschillen hieromtrent.

Published under