De maatschap: nog steeds relevant als instrument van vermogensplanning

Dat de maatschap het instrument bij uitstek is om een gecontroleerde vermogensplanning op te zetten, is genoegzaam bekend. Als contractuele vennootschapsvorm biedt de maatschap de voordelen van eenvoud, flexibiliteit en discretie.

De kern van de planningstechniek is dat een nuttige scheiding wordt bewerkstelligd tussen het bestuur en de eigendom van vermogen. Zo kunnen ouders een bepaald vermogensbestanddeel inbrengen in een maatschap, waarvan zij de deelbewijzen schenken aan hun kinderen. De ouders behouden zo de controle op (en eventueel de inkomsten van) dit vermogensbestanddeel, terwijl hun kinderen reeds eigenaar worden van het ingebrachte vermogensbestanddeel. Bij overlijden van de ouders dienen de kinderen vervolgens geen erfbelasting meer te betalen over het vermogensbestanddeel dat in de maatschap werd ingebracht.

Als vennootschap is de maatschap eenvoudig op te richten, hetgeen in principe kan zonder tussenkomst van een notaris. De oprichtingsakte van de maatschap dient niet te worden neergelegd ter griffie van de ondernemingsrechtbank en er zijn geen verdere publicatievereisten zoals het publiceren van een jaarrekening. Kenmerkend is dus dat de buitenwereld geen kennis heeft van het bestaan van de maatschap en het vermogen binnen de maatschap.

Evenwel is het gebruik van de maatschap als instrument voor vermogensplanning recent onder druk komen te staan. Dit door wijzigingen binnen het ondernemings- en anti-witwasrecht. Als gevolg van deze wijzigingen dient de maatschap voortaan te worden ingeschreven in de Kruispuntbank voor Ondernemingen en dienen de uiteindelijke begunstigden[1] van de maatschap geregistreerd te worden in het zogenaamde ‘UBO-register’.

Een en ander leidt ertoe dat de maatschap en haar begunstigden zichtbaar worden voor de buitenwereld, waardoor de maatschap net één van haar troeven dreigt te verliezen: haar discreet karakter. Men durft daarom wel te beweren dat de maatschap niet langer aangewezen zou zijn om aan vermogensplanning te doen.

Dat de maatschap door deze nieuwe registratieverplichtingen haar nut als vermogensinstrument zou verliezen, behoeft toch enige nuance. Derden zullen in het UBO-register weliswaar opzoekingen kunnen verrichtingen, maar zij zullen enkel kunnen zoeken op naam van de maatschap en op haar ondernemingsnummer. Het is niet mogelijk om te zoeken op naam van de begunstigden van de maatschap. Heeft uw maatschap een fantasienaam, dan wordt het voor derden al erg moeilijk om via het UBO-register uit te zoeken of u inderdaad begunstigde bent van een maatschap. Bovendien zullen derden bij een positief resultaat enkel de achternaam en de eerste letter van de voornaam van een begunstigde te zien krijgen, alsook diens relatieve participatie in de maatschap. Het vermogen, de inkomsten en de uitkeringen van de maatschap blijven nog steeds afgeschermd van de buitenwereld.

Als besluit kan worden gesteld dat de maatschap inderdaad een deel van haar discreet karakter verliest, maar niet van die aard dat de maatschap daarom geheel afgeschreven zou moeten worden in het kader van vermogensplanning.

Indien u verdere vragen heeft over de maatschap en/of het UBO-register, kunt u terecht bij de volgende advocaten:

Dave van Moppes
dave@tuerlinckx.eu

Dimitri Van Becelaere
dimitri@tuerlinckx.eu

[1] Dit is eenieder die minstens 25% van de stemrechten of de deelbewijzen van de maatschap bezit.

Published under