Maxim Daniel

Vakgebieden

Maxim legt zich toe op de fiscale procedure in de directe belastingen (personen- en vennootschapsbelasting) en op de strafrechtelijke procedure, met inbegrip van de antiwitwaswetgeving en regularisaties. Daarnaast ontwikkelde hij een bijzondere interesse voor de lokale belastingen (provincie- en gemeentebelastingen).

Concrete zaken

Naast de Staat, de drie gewesten zijn ook de tien provincies en de 581 Belgische gemeenten bevoegd om belastingen te heffen. Van eenzelfde lokale belasting, zoals de algemene bedrijfsbelasting, kunnen er dan ook zoveel variaties bestaan als er gemeenten en provincies zijn.

Wij stellen vast dat belastingplichtigen in de praktijk hun lokale belastingen zonder veel omhaal betalen en dat er daarbij weinig tot geen aandacht wordt besteed aan de mogelijkheid tot fiscale optimalisatie.

Dit is ten onrechte, nu tal van lokale belastingen wel degelijk (zwaar) doorwegen op uw financiële situatie én vele zulke belastingen onterecht of zelfs ongrondwettig worden geheven. Bij wijze van voorbeeld kan kort worden verwezen naar enkele reglementen die ongrondwettig werden bevonden:

  • Een algemene bedrijfsbelasting die ondernemers, niet-inwoners van de gemeente aan een hoger tarief onderwerpt dan ondernemers die wel inwoner zijn van de gemeente;
  • Een belasting die alleen tweede verblijven belast terwijl de inwoners van de gemeente 0 % aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting betalen;
  • Een belastingreglement dat enkel verspreiders van niet-geadresseerd reclamedrukwerk viseert;
  • Een belastingreglement dat organisatoren van vertoningen en vermakelijkheden met minder dan 500 toeschouwers vrijstelt van belasting.

Belastingreglementen die enkel specifieke activiteiten belasten of omgekeerd, die in een algemene vrijstelling van belasting voorzien voor alle publiekrechtelijke rechtspersonen, zonder redelijke verantwoording werden eveneens herhaaldelijk ongrondwettig bevonden.

De belasting op economische bedrijvigheden (of algemene bedrijfsbelasting) vormt dé klassieke lokale ondernemersbelasting die vele lokale besturen hebben ingevoerd.  Deze belasting wordt meestal berekend op basis van de oppervlakte van de bedrijfsvestiging(en). Wanneer u beschikt over grote of meerdere vestigingen kan deze belasting dus al gauw oplopen.

Op deze belasting bestaan ook tal van variaties zoals in de vorm van een belasting op drijfkracht van motoren, op vergaarbakken en op brandstofdistributieapparaten. Voor KMO’s die beschikken over motoren met een totaal vermogen van ca. 2.500 kW, kan deze belasting gemakkelijk oplopen tot jaarlijks ruim 50.000,00 EUR. Voor zware industriële activiteiten kan deze belasting jaarlijks zelfs het miljoen overstijgen. De nijverheids- en recyclagesector wordt dan ook zwaar getroffen op lokaal niveau.

Ook andere sectoren worden in het vizier genomen door tal van economische belastingen zoals de belasting op de verspreiding van reclamedrukwerk, op reclame-inrichtingen en op vertoningen en vermakelijkheden, die specifiek de reclame- en evenementensector treffen. Een jaarlijkse totale heffing van 100.000,00 EUR op reclame-inrichtingen is geen uitzondering voor ondernemingen die zulke inrichtingen commercieel exploiteren.

Voor vastgoedeigenaars zijn in het bijzonder de leegstand- en verkrottingsheffingen een doorn in het oog. Kenmerkend aan deze belastingen is dat de initiële heffing (meestal) ieder jaar wordt verhoogd met 100 % (of zelfs verdubbeld). Zo kan de totaal verschuldigde verkrottingsheffing per afzonderlijke woning na vijf jaren makkelijk 50.000,00 EUR bedragen.

De jaarlijkse (gewestelijke) heffing voor leegstaande bedrijfsruimten wordt berekend op het kadastraal inkomen en bedraagt minimum 3.,700,00 EUR. Deze kan al snel oplopen tot 20.000,00 EUR wanneer het kadastraal inkomen meer dan 13.000,00 EUR bedraagt.

Belastingplichtigen beschikken weliswaar over verschillende wettelijk voorziene mogelijkheden om deze heffingen te ontwijken. Zo kan men bijvoorbeeld een tijdelijke opschorting of vrijstelling van de heffing verkrijgen wegens verbouwings- of renovatiewerkzaamheden. Leegstaande bedrijfspanden waarvan een bewoonde woning een onafsplitsbaar onderdeel uitmaakt, kunnen eveneens aan de toepassing van de heffing worden onttrokken. Ook overmacht kan met succes worden ingeroepen wanneer men te kampen heeft met structurele leegstand of aanhoudende verkrotting en men (tevergeefs) alle nodige stappen onderneemt om een pand terug productief te maken.

De woning gebruiken als tweede verblijf of verhuren als vakantiewoning kan eveneens een uitweg bieden om leegstandheffing te vermijden. Evenwel heffen vele gemeenten ook een belasting op tweede verblijven, die jaarlijks kan oplopen tot 1.000,00 EUR of meer per woning en een belasting op het verstrekken van toeristische logies, die kan worden berekend per toerist, per vestiging of per vierkante meter.

Door de enorme variëteit aan lokale belastingen hoeft het niet te verbazen dat u door de bomen het bos niet meer kan zien. Een case-by-case analyse per afzonderlijke belasting is dus steeds noodzakelijk om te onderzoeken of:

-                het reglement überhaupt wel op u van toepassing is;

-                het reglement wel correct werd toegepast en;

-                het reglement in overeenstemming is met de (grond)wet.

Telkens u wordt geconfronteerd met een lokale belasting, analyseren wij uw persoonlijke situatie, onderzoeken wij het toepasselijke belastingreglement en bespreken wij samen welke stappen u kunt ondernemen zodat u niet meer hoeft te betalen dan dat u (grond)wettelijk of reglementair verplicht bent.

Team

Maxim maakt deel uit van de vakgroepen Tax en Corporate.

Shares Expertise

De "kleine" belastingen die pijn doen , 4 juni 2021

Academische carrière

Maxim is advocaat aan de balie Provincie Antwerpen.

Hij behaalde een Master in de rechten aan de Universiteit Antwerpen (2016) en een Master na Master in het Fiscaal recht aan de Universiteit Antwerpen (2017).