Survival of the fittest

Op 1 januari 2018 wordt de hervorming van het pandrecht van kracht. Mogelijk denkt u dat die enkel een select groepje advocaten en financiële adviseurs aanbelangt. Dat is fout. De kans dat u op de een of andere manier met de gevolgen wordt geconfronteerd, is groot. Dat geldt zeker voor wie kredieten heeft lopen, en nog meer voor wie in de toekomst een lening wil aangaan. Daarenboven zou het zomaar eens kunnen dat de banksector door die hervorming wordt herverkaveld.

De pandhouder kan exclusief aanspraak maken op het onderpand. Hij hoeft het niet te delen met andere schuldeisers. Hij heeft een absolute zekerheid en zijn rechten zijn niet afhankelijk van andere schuldeisers. De rechtspositie van de gewone schuldeisers staat daar in schril contrast mee. De gewone schuldeiser is nooit zeker. Als zijn schuldenaar niet meer kan betalen, is het zelden zeker dat hij aanspraak kan maken op de opbrengst van de eigendommen van de schuldenaar. De positie van de gewone schuldeiser hangt zowel af van de karakteristieken van zijn vordering als van die van de andere schuldeisers, met wie hij in concurrentie komt.

De logische vraag is waarom er niet meer wordt gebruikgemaakt van de zekerheid van het pand. Het antwoord is dat de formaliteiten voor het vestigen van een pand zwaar en nogal gebruiksonvriendelijk zijn. Het is noodzakelijk dat de eigenaar buiten het bezit van het in pand gegeven goed wordt gesteld. Een autofinanciering kun je wel beveiligen met een pand, maar dat betekent meteen dat de wagen zich niet meer in het bezit van de eigenaar mag bevinden. Onder het huidige recht is er maar één geval waarin een pand kan worden gevestigd zonder zo’n buitenbezitstelling: het pand op een handelszaak. Dat betekent dat de eigenaar kan blijven ondernemen. Het prerogatief van dat bezitloze pand berust op een wet van 1919 en verstrekt uitsluitend aan banken de mogelijkheid een pand op een handelszaak te nemen.

Het nieuwe pandrecht kan een aardverschuiving in de financiële sector teweegbrengen.

Op 1 januari 2018 is dat totaal anders. Het bezitloze pand wordt dan algemeen ingevoerd: een goed dat in pand wordt gegeven, hoeft dan niet langer te worden overgedragen aan de pandhouder. De eigenaar kan het goed blijven gebruiken. Het pand wordt ingeschreven in een publiek toegankelijk register. De formaliteiten zijn daarmee sterk vereenvoudigd. Het pand kan bovendien snel en tegen een beperkte kostprijs worden gevestigd.

Die wijziging kan een aardverschuiving in de financiële sector teweegbrengen. Er zal een nieuwe survival of the fittest voor zekerheden ontstaan. De partij die als eerste een pand kan vestigen, zit in de sterkste schuldeiserspositie. Dat een pand eenvoudig kan worden gevestigd, zal ertoe leiden dat kredieten veel meer dan vandaag met een pand worden gecombineerd. Zolang een kredietnemer nog goederen heeft die niet in pand zijn gegeven, mag worden aangenomen dat hij makkelijker een krediet krijgt. Is dat niet het geval, dan wordt dat structureel veel moeilijker.

Bovendien is het bezitloze pand niet langer het prerogatief van de banken. Die mogen dus concurrentie verwachten van niet-financiële instellingen, die onder dezelfde voorwaarden kredieten kunnen verschaffen. De sector van de peer-to-peer- financiering wacht op die maatregel om zijn activiteiten uit te breiden. Banken zien daardoor vanuit een onverwachte hoek een nieuwe concurrent opduiken.

Ten slotte verandert ook de positie van de kredietnemer. Als hij zijn aflossingen niet langer kan voldoen, komt hij sneller in de greep van zijn schuldeisers terecht. Die greep van de schuldeisers zal veel directer zijn dan vandaag. De schuldeisers kunnen sneller tot uitwinning overgaan. Alles bij elkaar kunnen de praktische gevolgen van deze wetswijziging moeilijk worden overschat. Of hoe een onopvallende wet een aardverschuiving kan veroorzaken.

Published under