Maar ik ben toch al gestraft!

NON BIS IN IDEM. Zelfs niet-juristen klinkt dat principe bekend in de oren. Het betekent dat niemand voor hetzelfde feit twee keer kan worden gestraft. Het beginsel vindt zijn grondslag in de hoogste rechtsnormen. Maar het Europees Hof voor de Rechten voor de Mens heeft het onlangs gerelativeerd in een heel specifieke casus. Ons Hof van Cassatie lijkt nog een stap verder te gaan en dat mensenrecht volledig uit te hollen.

Het beginsel speelt als een aantal feiten tot verschillende straffen kunnen leiden. Het schoolvoorbeeld is fiscale fraude: die kan zowel strafrechtelijk als fiscaalrechtelijk worden vervolgd. Of dezelfde feiten kunnen leiden tot twee fiscaalrechtelijke procedures, bijvoorbeeld een procedure over de inkomstenbelasting en een over de btw. Als de ene procedure leidt tot een straf, kan in de andere geen straf meer worden opgelegd.

HET HOF VAN CASSATIE lijkt in zijn arrest van 21 september 2017 een revolutie teweeg te brengen. Het maakt het speelveld van het non-bis-in-idembeginsel afhankelijk van het tijdstip waarop de vervolgingen worden gestart – al moeten we aanstippen dat het arrest niet uitblinkt in duidelijkheid. Het hof bevestigde een arrest van het hof van beroep in Gent. Dat moest zich uitspreken over een samenloop van twee fiscaalrechtelijke procedures – een over de inkomstenbelasting en een over de btw – die leidden tot een verhoging van de personenbelasting van 200 procent en een btw-boete van 200 procent. Het oordeelde dat de belastingplichtige het non-bis-in-idembeginsel niet kan inroepen, omdat beide procedures op hetzelfde tijdstip een aanvang hadden genomen. Het beginsel zou alleen van toepassing zijn als de tweede procedure begon nadat de eerste procedure definitief was afgesloten. Het Hof van Cassatie lijkt dat aan te nemen, aangezien beide procedures zowel substantieel als temporeel nauw met elkaar verbonden zijn.

Het Hof van Cassatie lijkt het mensenrecht volledig uit te hollen dat je voor een feit geen twee keer kunt worden gestraft

HET ARREST VAN het Hof van Cassatie is contradictorisch en discriminerend. Het is contradictorisch, omdat het te kennen geeft dat beide procedures als één procedure moeten worden beschouwd, maar anderzijds laat het wel een dubbele bestraffing toe. Zelfs voor één procedure zijn er regels in het strafrecht die bepalen dat straffen niet zomaar morgen worden opgeteld. Het arrest is discriminerend, omdat het beginsel afhankelijk wordt gemaakt van de alertheid van de ambtenaar die de tweede procedure leidt. Vat hij zijn onderzoek onmiddellijk aan samen met zijn collega, dan kan de belastingplichtige tweemaal worden gestraft. Begint de ambtenaar zijn onderzoek nadat hij van zijn collega heeft vernomen dat hij zijn procedure definitief heeft gewonnen, dan kan hij geen tweede keer een straf opleggen.

MISSCHIEN DENKT U WEL dat u toch niet te maken krijgt met het non-bis-in-idembeginsel, omdat u geen fraudeur bent. Maar u moet wel weten dat eenvoudige belastingovertredingen vandaag al snel als belastingfraude worden gekwalificeerd. Veel belastingplichtigen zijn maar al te blij met dat beginsel, terwijl ze nooit hadden gedacht dat ze er ooit een beroep op moesten doen.

Die rechtspraak is vooral te betreuren, omdat van de strijd tegen de fiscale fraude zo’n punt wordt gemaakt en onder die vlag een groot deel van de belastingcontroles wordt ondergebracht. Er zullen over dat principe nog heel wat juridische veldslagen worden uitgevochten, temeer omdat de rechtspraak ingaat tegen de visie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Het laat zich aanzien dat veel belastingplichtigen daar hun gram zullen moeten halen. De adviseurs kunnen maar beter al meteen hun valiezen pakken om de procedures op het hoogste niveau voort te zetten. Dat ze eens te meer naar het buitenland moeten trekken om de belangen van hun Belgische cliënten te behartigen, is misschien nog het meest te betreuren.

Published under