Financiën is een onderneming in moeilijkheden

HET KWAM ONLANGS nog in de pers: de Belgische overheid doet niet beter dan de middenmoot als het aankomt op digitalisering. En dan mogen we nog van geluk spreken dat we Tax-on-web hebben om ons blazoen mee op te poetsen. Maar die applicatie valt onder wat het frontoffice van Financiën kan worden genoemd. Het backoffice van Financiën daarentegen is niet state of the art.

IEDEREEN DIE IETS te managen heeft, zal het hebben ondervonden: orde en structuur zijn noodzakelijke voorwaarden om de zaken onder controle te kunnen houden en te bouwen aan een betere onderneming. Dat gold zowel voor mijn moeder toen ze haar huishouden runde, als voor ziekenhuizen en fabrieken. Daarenboven is er een paradox: hoe groter een organisatie wordt, hoe meer behoefte er is aan orde en structuur. Maar tegelijkertijd wordt het moeilijker die orde en die structuur te handhaven. Op dat gebied doet Financiën het slecht. De kwaliteit van de interne processen is er de afgelopen decennia achteruitgegaan. En dat is zowel een slechte zaak voor de belastingplichtige als voor de fiscus.

ZO GEBEURT HET DAT twee verschillende diensten van Financiën onafhankelijk en onwetend van elkaar dezelfde zaak onderzoeken, en daarover soms een andere of zelfs een tegengestelde visie hebben. Of krijgt de fiscus gerechtelijke beslissingen niet geüpload, waardoor de dienst foutieve bedragen invordert. Of laat Financiën toe dat belastingambtenaren met hun private mobiele telefoon foto’s nemen van kassasystemen en andere delicate informatie bij belastingplichtigen. Er zijn blijkbaar geen protocollen voor hoe ze met die bedrijfsgevoelige informatie moeten omgaan en hoe die moet worden beschermd.

DE E-MAILS DIE FINANCIËN verstuurt, zijn vormvrij. Hoe langer hoe meer organiseert de fiscus de belastingcontrole zo op een informele manier, zonder de vormvoorwaarden die de wet voorschrijft. Dat kan aanleiding geven tot betwistingen. Financiën slaagt er ook niet in alle correspondentie over een belastingplichtige in diens dossier te klasseren. Ook dat heeft consequenties. De belastingplichtige krijgt nooit zijn volledige dossier te zien, hoewel dat zijn essentiële recht is. Ook voor de fiscus is dat een probleem, want andere diensten krijgen evenmin zicht op alle controlehandelingen die de taxatiediensten hebben gesteld. Een ambtenaar die een bezwaar over een taxatie moet beoordelen, heeft geen gemakkelijke opgave. Al die problemen bemoeilijken de rechtsgang, tasten de reputatie van de fiscus aan en bieden de belastingplichtige een rijke voedingsbodem tot het voeren van discussies.

DE TEVREDENHEID OVER Tax-on-web mag de aandacht niet afleiden van het echte probleem: de digitale backoffice. Of zoals een leidend ambtenaar tegen mij ruiterlijk toegaf: “Financiën is wat dat betreft een onderneming in moeilijkheden.”

Published under