Eigen belastingen eerst

Oorlog is helaas van alle tijden. Veelal wordt om materiële zaken gevochten: grondgebied uiteraard, maar ook bijvoorbeeld olie. Vandaag zien we dat zowat alle landen zich bewapenen voor een immaterieel goed: de belastbare grondslag. Met als doel meer inkomsten binnen te halen dan de buurlanden.

Deze stelling kan verrassend lijken. Oorlog ontstaat als staten dermate verschillende visies hebben dat ze bereid zijn daarvoor een gevecht aan te gaan. Nu lijkt het erop dat de internationale gemeenschap zich in fiscale zaken verenigt rond sterke gemeenschappelijke standpunten: iedereen moet eerlijke belastingen betalen, belastingparadijzen kunnen niet getolereerd worden, multinationals moeten niet denken dat ze wegkomen met belastingvoordelen waarvan Jan modaal alleen maar kan dromen. Wereldwijd lopen programma’s om die doelstellingen te realiseren. Denk aan het BEPS-programma van de OESO of de Europese Anti-Tax Avoidance Directive. Het is dus niet verwonderlijk dat nu allerhande zaken (Starbucks, Apple, …) aan het licht komen.

Internationalisering betekent echter ook dat landen elkaars belastingstelsels bekritiseren en onder druk zetten. De Verenigde Staten en Europa slijpen de messen, vreemd genoeg met hetzelfde doel: rechtvaardige belastingen. Alleen menen beide continenten dat die betaald moeten worden in het eigen continent en niet in het andere. De zaken rond Apple, Starbucks, Fiat Chrysler en Amazon zaaien een diepe verdeeldheid tussen de trans- Atlantische bondgenoten.

De Verenigde Staten halen zelfs een bijna vergeten wapen vanonder het stof: de retaliatory tax. Daarmee kunnen ze een dubbel zo hoge belasting heffen op hun grondgebied op inwoners van landen die Amerikanen of Amerikaanse ondernemingen in het buitenland discrimineren. Zo zouden de Verenigde Staten voor bijvoorbeeld de Apple-zaak represaille kunnen nemen op alle Europese bedrijven op hun grondgebied.

Ook India verkent nieuwe fiscale grenzen, denk maar aan zijn ‘Google-taks’. Deze indirecte belasting geldt voor grensoverschrijdende betalingen van Indiase ondernemingen aan buitenlandse aanbieders van digitale mediaruimte die geen affiniteit hebben met het Indiase grondgebied. Op die manier claimt India een deel van de opbrengst die onbelast vloeit naar – vaak – de Verenigde Staten dan wel belastingparadijzen. Door deze belasting als een indirecte belasting te bestempelen tracht India de dubbelbelastingverdragen te omzeilen. De belasting is het moderne equivalent van het Trojaanse paard. Toch staat het in de sterren geschreven dat veel landen dat voorbeeld zullen volgen. Verwarring en onzekerheid alom zullen het gevolg zijn. De politieke wereld draagt een zware verantwoordelijkheid. De uitdaging is twee essentiële basiswaarden enigszins te verzoenen: het fiscale territorialiteitsprincipe tegenover het vrije verkeer. Uiteindelijk wil iedereen wel hetzelfde, maar niet iedereen zal daarvoor hetzelfde offer moeten brengen. In het verleden werd voor minder oorlog gevoerd. We moeten op zoek naar de fiscale variant van make love, not war.

Published under