Daar is de monsterboete weer

Weinig fiscale maatregelen hebben de gemoederen in de bedrijfswereld zo in beroering gebracht als de aanslag geheime commissielonen van 309 procent. Op 27 juli 2011 bepaalde de fiscus dat alle ambtenaren die monsterboete voortaan strikt, consequent en meedogenloos moesten toepassen. Het was het startschot van een drie jaar lange juridische strijd tussen de fiscus en ondernemers. Nadat ook het Hof van Cassatie zich al had gemoeid, oordeelde het Grondwettelijk Hof in het mijlpaalarrest van 6 juni 2014 dat de belasting strijdig is met het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel en de procesgaranties in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De monsterboete werd onderuitgehaald met de stelling dat een aanslag van 309 procent meer weg had van een straf dan van een belasting.

De belasting van 309 procent was bovendien een fiscaal aftrekbare besteding, anders dan de gewone vennootschapsbelasting. Dat betekent dat die 309 procent netto ongeveer 204 procent wordt, aangezien de belasting mocht worden ingebracht tegen een tarief van 34 procent, of het tarief van vennootschapsbelasting.

Het Zomerakkoord komt terug op de aftrekbaarheid van de aanslag geheime commissielonen.

Eind 2014 werd de aanslag geheime commissielonen hervormd. Er kwamen twee ontsnappingsroutes. Als de heffing toch moest worden opgelegd, werd het tarief herleid van 309 naar 103 procent. In sommige gevallen zakte het zelfs tot 51,5 procent. Ook deze aanslag was aftrekbaar. Maar de interpretatie van de wetswijziging van 2014 werd ook betwist. De belastingdienst vindt dat de kosten die aanleiding geven tot de heffing andermaal moeten worden belast.

Het Zomerakkoord komt terug op de aftrekbaarheid van de aanslag geheime commissielonen: de aanslag van 103 procent valt voortaan niet meer onder de aftrekbare beroepskosten. Het netto-effect van die heffing stijgt zo tot meer dan 130 procent – niet zo heel ver verwijderd van de 204 procent onder de oude regeling. Daarmee wordt het boetemonster wellicht weer tot leven gewekt. Dat zal opnieuw worden bestreden voor het Hof van Cassatie en het Grondwettelijk Hof. De kans is reëel dat de hoven opnieuw vraagtekens plaatsen bij het vergoedende karakter van de aanslag. Dat was onder de regeling van 309 procent ook al het uitgangspunt. We zijn dus wellicht terug bij af.

En dat is jammer. Want wie de actualiteit volgt, kan er niet omheen. Zelfs de aanslag van 103 procent bracht zware schade toe aan het economische weefsel. Een ziekenhuis in het Genkse en een nationaal kranenbedrijf hebben aan den lijve mogen ondervinden dat het boetemonster genadeloos kan bijten.

Published under